
Rond Kerst 2025 kwam ik in contact met de Hongaarse schrijfster Nyerges Erika. Nyerges Erika staat bekend om haar werk over de geschiedenis en cultuur van de kávéházi cigányzene (Hongaarse kroeg‑ en café‑zigeuner (Roma) muziek), zoals jullie weten een belangrijk onderdeel van de Hongaarse culturele traditie. Ze schreef het boek “Húzd rá cigány! Te örök, te áldott…”, een e‑book uitgebracht in 2020 over de geschiedenis van de kávéházi cigányzene, haar rol in de Hongaarse samenleving en de invloed op nationale cultuur en internationale reputatie. Ook schrijft en verzamelt Erika regelmatig stukjes over beroemde zigeunermuzikanten, veelal uit het verleden, op Facebook. Ik heb bijna een uur heel geanimeerd met haar getelefoneerd en haar uitgelegd wat de Stichting Magyar Nóta doet. Daar is zij heel enthousiast over. Ik heb haar mijn plan voorgelegd om op regelmatige basis uit haar boeken en facebookpagina’s te putten om in de Magyar Nóta nieuwsbrief herinneringen aan grote muzikanten uit het verleden op te halen. Zij stemde daarmee in, zolang ik haar maar vermeld als bron. Bij deze…
Als eerste zou ik aandacht willen besteden aan Horváth Zsuzsa (1943 – 2015). Velen van jullie zullen haar nog herinneren uit bijvoorbeeld Kulacs.
Horváth Zsuzsa, geboren in Pomáz, was een uitzonderlijke verschijning in de Hongaarse muziekwereld: de eerste vrouwelijke zigeunerprimás van Hongarije en mede‑oprichter (founding member) van het Rajkó‑orkest. Al op jonge leeftijd leerde zij zichzelf viool spelen, later vervolmaakte zij haar opleiding aan de muziekschool van Szentendre. Na de vroege dood van haar vader ondersteunde ze haar gezin door te spelen én te bedienen in het Béke‑hotel.
Toen de radio aankondigde dat het Rajkó‑orkest werd opgericht, reisde de jonge Zsuzsa met de viool van haar overleden vader naar Budapest voor een auditie. Daar werd ze toegelaten door Gyula Farkas, de artistiek leider en oprichter van het orkest. Ze kreeg o.a les van de legendarische primás Lajos Boross. Het orkest telde in 1953 al zo’n vijftig leden en trad met groot succes op in binnen‑ en buitenland. In 1967 verliet Zsuzsa het gezelschap en werd zij primás van een zeskoppig orkest in het Karancs‑hotel. Van daaruit bouwde ze een indrukwekkende internationale carrière op, met optredens in Hongarije, West‑Duitsland en later Boedapest. Ze stond niet alleen bekend om haar vertolkingen van traditionele zigeunermuziek, maar ook om haar beheersing van klassieke en moderne werken.
Naast haar optredens werd Zsuzsa een gewaardeerde pedagoge, geliefd om haar talent om jonge musici onmiddellijk te herkennen en te vormen. Onder haar leerlingen bevonden zich later wereldberoemde namen zoals Mága Zoltán en Roby Lakatos. Gedurende haar 55 jaar lange carrière speelde ze in prestigieuze restaurants, hotels en zelfs in het beroemde 100‑leden Zigeunerorkest, waar ze haar zoon, Tolnai András – de “koning van het Hongaarse lied” – mocht begeleiden.
Hoewel ze grote internationale successen behaalde en zelfs optrad voor de Britse en Zweedse koninklijke families, bleef Zsuzsa bezorgd over de toekomst van de Hongaarse zigeunermuziek, die volgens haar onder druk stond door elektronische muziek en gebrek aan steun. Toch bleef zij dankbaar, gelovig en toegewijd aan haar kunst tot het einde van haar leven. Na haar overlijden kreeg zij blijvende erkenning: in 2019 werd een standbeeld van haar onthuld in het “Muzsikus cigányok parkja” (park van de zigeunermuzikanten). Dit park bevindt zich in het 8e district van Boedapest, op de hoek van de Baross utca en de Szigony utca. Een mooi eerbetoon aan de grote muzikanten van onze geliefde Magyar Nóta.
Nyugodjon békében…(moge zij rusten in vrede)
Bronnen: facebookpagina Nyerges Erika, gebaseerd op interview met Medveczky Attila 2009 en co-pilot
Uit de Magyar Nota nieuwsbrief van 9 maart 2026, geschreven door Maarten Bánki